|
Daar komt de postkoets (Dr. Quinn)
Hier komt de wereld aan z’n eind, de wegen gaan niet verder.
De landkaart houdt hier op, zelfs de postkoets keert hier om.
Een dorp voor kolonisten, pioniers en optimisten,
onverschrokken ondernemers, die niet bang zijn voor gevaar.
Eens per week
wordt de horizon wat ruimer.
Er waait een frisse wind
door een stil en stoffig dorp.
Dààr is de postkoets,
met nieuwtjes
en de pakjes en de post,
warme kleding, winterkost.
We hopen op een roddel, snakken naar een krant.
De mode loopt hier achter, hier is nooit iets aan de hand.
We hebben mineralen, koper, tin en goud,
en in de wijde bossen is een overvloed aan hout.
De bergen zijn zo prachtig in de zomerzon.
Je zou bijna vergeten hoe de winter koud begon.
Dit is het centrum van ons leven, dit is de kern van ons bestaan.
Ik zou mijn leven willen geven om nooit weg te hoeven gaan.
Eens per week…
|
|
Een man zoals hij (Dr. Quinn)
Eén liefde in een leven is voldoende.
Eén man om van te houden is genoeg.
Ik had niet méér verwacht,
maar het lot heeft zich bedacht.
Liefde is méér
dan die ene keer.
Ik heb nooit geweten dat een hart weer kon helen.
Dat na sombere jaren ik mijn leven wil delen,
met een man van wie ik geen hoogte kan krijgen,
die dagenlang zoek is, die uren kan zwijgen.
Een man die in Boston volstrekt zou misstaan,
en onrust zaait in mijn bestaan.
Maar nu ik hem ken wil ik geen and’re.
Ik had niet gedacht dat ik zo kon verand’ren.
Ik ben gelukkig met een man zoals hij.
En al is hij mijn type niet, toch hoort hij bij mij.
|